Conclusies aanstelling positie (4.1.6)

  1. Het algemene beeld van de AP is dat raden van bestuur van de onderzochte ziekenhuizen de FG-functie op een AVG-conforme wijze hebben ingebed binnen de organisatie. De FG wordt tijdig betrokken bij aangelegenheden die verband houden metde bescherming van persoonsgegevens. In nagenoeg alle onderzochte ziekenhuizen is sprake van periodiek overleg tussen de FG en de raad van bestuur. De ziekenhuisbesturen lijken de FG’s voldoende te ondersteunen bij de vervulling van hun taken door hen te laten beschikken over voldoende middelen om hun werk te kunnen doen. Daarnaast lijken raden van bestuur zich voldoende bewust van de onafhankelijke positie van de FG binnen de organisatie.
  2. FG’s en raden van bestuur zijn tevreden over hun onderlinge contact en afstemming. In alle onderzochte ziekenhuizen kunnen FG’s zich rechtstreeks wenden tot de raad van bestuur. In de praktijk blijkt dat in de kleinere ziekenhuizen het contact tussen FG en raad van bestuur laagdrempelig is. In de grotere ziekenhuizen heeft de FG vaker een eerste contact met het ‘lijnmanagement’, maar dat laat de mogelijkheid om rechtstreeks contact op te nemen met de raad van bestuur onverlet.
  3. Alle raden van bestuur en de FG’s van de onderzochte ziekenhuizen zijn zich bewust van de wettelijk verplichte onafhankelijke positie van de FG binnen de organisatie. De AP stelt vast dat de ziekenhuizen deze onafhankelijke positie vaak niet schriftelijk – en in aanvulling op de wettelijke bepalingen – in interne documenten hebben opgenomen.